De nieuwe kleren van de keizer
Afgelopen weekend was ik voor het eerst in jaren in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Ik kwam er altijd graag en kwam er regelmatig. Jarenlang was het wegens verbouwing en renovatie gesloten. Nu tijdelijk open. Fijn om weer in het vertrouwde gebouw te zijn. Goed om de Karel Appel bar weer te zien, leuk om de aan het trappenhuis opgehangen oude affiches te zien (goede herinneringen aan tentoonstellingen van langgeleden) en de trap op te lopen – vol verwachting, want daar boven was altijd een boel moois te zien, herinnerde mijn hele wezen zich terwijl ik die treden beklom. En zelfs als de tijdelijke opstelling tegenviel, dan waren er altijd nog de schitterende modernen uit de vaste collectie waar je altijd naar terug kon keren en van kon genieten.
Wat een desillusie. Wat een slappe hap. In de eerste zaal was zowaar iets te zien – groot, retorisch werk van Barbara Kruger. Enorme teksten die vloer en wanden bedekten. Hard zwart-wit. Grappig en fotogeniek, maar het doet je verder niets. Verder interessant werk van Rineke Dijkstra, en een mooi, vreemd spiralerend werk van Job Koeleman (zie ill.). Verder een hoop lege zalen, die ‘bewust’ leeg gehouden waren.
Dat was het wel zo’n beetje. Of, ja, als je van grafische vormgeving houdt, dan is de expositie van de ‘best verzorgde boeken’ natuurlijk de moeite waard. Maar daar hield het toch echt mee op. Er schijnen ergens streepjes van Daniel Buren te hebben gestaan en er was een dampige kubus van plexiglas waar een kletsverhaal bij hoort – en nog zo wat ongein. Maar als er één bestaansreden is voor de conceptuele kunst, dan is dat vooral dat het de tegenstanders van elitaire hobbies een argument in handen geeft om flink te bezuinigen. Conceptuele kunst hoeft namelijk helemaal niet uitgevoerd te worden, en het behoeft ook geen vierkante meters in een duur gebouw: het gaat immers alleen om een (meestal heel klein) ideetje dat als het beschreven is in een boek of foldertje eigenlijk al uitputtend behandeld is – als je het ‘concepje’ doorhebt dan is er verder niets meer te beleven. Het is in ieder geval geen beeldende kunst.
Niets om je te ontroeren, niets dat je raakt; alleen maar geklets. Lees de nieuwe-kleren-van-de-keizertaal op de site er maar op na: http://www.stedelijk.nl/nu-in-stedelijk/tentoonstellingen/taking-place
R. Mutt!