Betekenis?

kunst, intuïtie, verhalen, collages en creatieve processen

Archive for the tag “verhalen”

Een sprookje

Het begon twee jaar geleden met het voornemen om eens een sprookje te schrijven in de trant van Paul Biegel. Ik zat midden in een project, maar dacht dat het leuk zou zijn tussendoor iets kleins te schrijven. De sprookjeswereld is aan iedereen bekend: er lopen tovenaars en heksen rond, helden, draken, ridders en prinsessen. Vaak trouwens ook kabouters en sprekende ezels. Je merkt onderweg door sprookjesland vanzelf wie je tegenkomt. Ik zou me zo, zonder zelf een hele fantasiewereld op te moeten bouwen, kunnen invoegen in een oude traditie. Dat leek me wel wat. De volgende ochtend werd ik wakker met een fijne beginzin in mijn hoofd:

De wilde wikke wikkelde een van zijn ranken om de voet van de wandelaar die lag te slapen onder de Oude Eik.

Het bleek een goede beginzin, want hij riep als vanzelf de volgende zin op. En nog een zin en nog een heleboel. Drie maanden later zat ik op 50.000 woorden. Genoeg voor een stevig boek. Mijn kleine sprookje liep, kortom, helemaal uit de hand, compleet met monsters, sprekende standbeelden, een wrede koning, een houthakker en natuurlijk een held en heldin. Het bleek helemaal niet zo makkelijk om te verklaren waarom die kleine wikkeplant zo was gemeen gaan woekeren… Ik had dan wel een tovenaar die de plant betoverd had, maar ja, waarom dééd hij dat, en hóé?
Het was blijkbaar niet zo moeilijk om een wandeling kriskras door sprookjesland te maken, en onderweg van alles mee te maken, maar ik kwam er weer eens achter dat een wandeling nog geen avontuur is. Ik werkte een tijdje aan andere dingen, en ging uiteindelijk helemaal terug naar het begin: wat wilde die tovenaar nou eigenlijk met zijn woekerende wikke?
Er kwamen nog een goede koning en koningin aan te pas, een enorm museum, een bejaardensoos en een chef-kok en zijn maatje voor ik het verhaal rond had. 75.000 woorden schoon aan de haak. Tegen die tijd was het zo honds ingewikkeld dat alleen ikzelf het nog zo’n beetje snapte. Al mijn trouwe proeflezers kwamen vervolgens met volstrekt uiteenlopende en tegenstrijdige tips om de boel te saneren. 

Om een lang verhaal kort te maken: het is me na nog een halfjaar zoeken en schrappen en schrijven, gelukt om de boel flink in te korten en te verhelderen. Met pijn in het hart heb ik meerdere prachtige verhaallijnen eruit gesloopt. Personages zijn gesneuveld en locaties opgeheven. Het is veel beter geworden. Het is spannend en het is af. Ik ben er blij mee. Maar ik blijf rondlopen met de knagende vraag of het niet sneller had gekund. Efficiënter en slimmer… Misschien wel. Maar zonder alle omwegen was ik nooit bij de eindzin uitgekomen die ik nu heb. Die luidt niet ‘En ze leefden nog lang en gelukkig,’ maar:

Hoe komt het trouwens dat jij zo lekker naar perziken ruikt?

 En met die zin ben ik minstens zo blij als met de beginzin, en dat is heel wat waard.

Herschrijven – de gelaagde aard van het creatieve proces

 

Ik ben momenteel bezig met het herschrijven van een manuscript – een uit de hand gelopen sprookje. Het duurt bij mij altijd erg lang voor ik duidelijk heb waar het boek dat ik schrijf in de kern over gaat. Ik werk graag intuïtief, verlies me in mooie, beeldende scènes, in sferen, associaties en fantasieën. Ik laat me graag meeslepen van de ene scène naar de andere, en laat me meevoeren door het nogal autonoom aandoende karakter van mijn personages. Dat is een hele tijd leuk, maar op zeker moment loopt die weg dood.

En dan moet er gedacht worden. Nagedacht over de kern van het verhaal. Ik moet afstand nemen: de hoofdstukken die ik tot dan toe heb in oneliners samenvatten en vervolgens proberen de logica te vinden in die oneliners. Iedere schrijver heeft zo zijn blinde vlekken, voor mij zijn dat de globale structuur en de algemene thematiek. Terwijl die voor een hecht verhaal toch tamelijk belangrijk zijn.

Maar geheel vooraf plannen is ook niet de bedoeling: want ik wil graag op ontdekkingsreis zijn, ik ben juist nieuwsgierig naar de wegen van mijn onbewuste, ik wil graag het wilde denken een plek bieden, want dan kan ik van en over mezelf leren. Ik kies geen thema, maar thema’s kristalliseren langzaam uit.

Zodoende is het schrijfproces een gelaagd proces: meerdere malen moet ik me afvragen wat de kern is van het verhaal; daar de logica op afstemmen en dan weer zo vrij en intuïtief mogelijk verder schrijven. En later weer opnieuw afstand nemen.

Thema’s duiken op en thema’s sterven weg; verhaallijnen ontstaan en groeien, maar moeten soms ook weer worden weggesnoeid. Divergentie en convergentie: een organisch, maar soms tamelijk frustrerend proces: het werk van weken – prachtige scènes, vol dierbare personages – moet regelmatig weggekieperd worden. Wel leer ik steeds beter om dat soort niet-definitieve lijnen in ruwe vorm te laten staan tot duidelijk is of ze wel of niet de eindstreep zullen halen. Vroeger herschreef ik ook nog eens alles eindeloos, iedere alinea bijvijlend tot perfectie – wat het weer veel moeilijker maakte om zo’n darling uiteindelijk toch weg te elimineren.

Eindelijk ben ik erachter dat het thema van mijn nieuwe boek niet de angst voor de dood is, maar angst in veel bredere zin – en dat dat thema het best tot zijn recht komt als ik het álles laat doordrenken: de magie, de machtsmechanismen, de geschetste samenleving, de personages, de natuur… overal moet de angst in doorsijpelen. Dan wordt het goed.

Heerlijk, deze angst!

Persoonlijke archetypen

 

Onlangs werd me weer eens op mooie wijze duidelijk dat je naast de archetypen die volgens Jung voor ieder mens tot op zekere hoogte (onbewust) denken en voelen bepalen, ook beschikt over persoonlijke archetypen.

De archetypen van Jung (de wijze oude man, de goede moeder, het kind, etc.) zouden aangeboren modellen voor ons denken zijn. Ze vertegenwoordigen zulke krachtige clusters van betekenissen en staan voor zulke grote, bij ieder mens voorkomende gegevenheden van het leven, dat we er niet omheen kunnen. In dromen, mythen en kunst vinden we er wereldwijd de uitdrukkingen van.

Toen ik afgelopen herfst uit verhalen die ik meer dan tien jaar geleden schreef, de scènes destilleerde die over een tienjarig jongetje gaan, met het doel ze te gebruiken voor een kinderboek, kwamen mijn ‘privé-archetypen’ weer helder aan het licht: de vlieger, de komeet aan de horizon, zee, strand en duinen, opa (die doodgaat), grote broer (die gemeen is), het oneindige, koude heelal, het vervallen landhuis, de kliniek in de duinen, het onbereikbare eilandje omgeven door een bevroren meer, de barst in het ijs, de gevaarlijke grote, simpele jongen…

Zonder dat ik er enige moeite voor hoefde te doen, regen ze zich aaneen, verbonden ze zich tot een nieuw verhaal. Ze horen bij fragmentarische herinneringen die behoren tot mijn oudste herinneringen en vormen combinaties van beeld, gevoel en betekenis. Dat laatste maakt ze zo rijk en zorgt ervoor dat ik ze opnieuw kan inzetten en dat ze bijna als vanzelf uitkristalliseren tot een verhaal. Erg fijn om mee te maken: cadeautjes van je onbewuste.

Iedereen heeft wel van dat soort persoonlijke oersymbolen. Vraag mensen maar eens naar hun vroege herinneringen – grote kans dat je een verhaal te horen krijgt dat op de een of andere manier heel veel zegt over die persoon.

Waarom schrijven?

 ’Alles is al gezegd en geschreven’: een bekende dooddoener. Op een bepaalde manier ben ik het er nog mee eens ook. Ik ben ervan overtuigd dat er slechts een beperkt aantal (universele) verhalen is waar hoogstens variatie op mogelijk is. Variaties op archetypische thema’s: geboorte, volwassenwording, liefde, haat, oorlog, verlies, techniek, eenzaamheid, kennis, overwinning, vriendschap, moederschap, vaderschap, verleiding, zwakte, ouder worden, de dood en nog zo wat… Waarom zouden we daar nog nieuwe personages en situaties bij verzinnen? Is het niet slimmer om de geweldige, klassieke verhalen die we hebben te koesteren en steeds opnieuw te lezen?

De afgelopen jaren heb ik veel tijd gestoken in het schrijven van jeugdboeken en verhalen. Wat was mijn ideaal?

Ik wil schrijven omdat de omstandigheden waaronder we leven zó veranderen, dat we onze (archetypische) verhalen daarin moeten plaatsen – al dan niet allegorisch (een historische roman of een sf- of phantasy-verhaal kan prima inspelen op onze actualiteit – juist door noodzakelijke uitvergroting van een situatie waar we nu mee te maken hebben). Wil ons bewustzijn van de wereld actueel en levend blijven, dan hebben we levende metaforen en beelden nodig.

Als verhalen niet steeds opnieuw tot leven gewekt worden verliezen ze hun betekenis. Ze worden dode letter. We kunnen bijvoorbeeld het Oude Testament nog wel vertalen naar moraal en wijsheid voor onze tijd, maar het kost vooral veel moeite – het offeren van geiten of kinderen, verjaagd worden uit de Hof van Eden, het verhaal van Job: we kunnen de verhalen symbolisch lezen en dan proberen te symbolen te lezen… Voor velen een omweg. Voor velen een vruchtbare omweg, maar het kan ook ingewikkeld en verwarrend zijn.

Waarom zouden we die omweg nemen? Een sprankelend nieuw verhaal met personages die we direct herkennen bevat in potentie veel meer directe betekenis – een personage in omstandigheden die we kennen kan ons misschien eerder bij de strot grijpen dan een personage dat ver van ons af staat. Ik pleit niet voor realisme of naturalisme: ik ga ervan uit dat dit soort actuele personages vanzelf ontstaat als we gewoon aan het verzinnen en vertellen slaan. We zijn gevormd door onze tijd en zullen dus onbewust en onvermijdelijk verhalen vertellen die bij onze tijd passen. Een goede schrijver raakt aan universele thema’s op actuele wijze en schrijft over die thema’s die nu urgent zijn.

Dat is waar ik op hoop als ik schrijf: een mooi verhaal dat uitstijgt boven het hier en nu van het ‘toevallige’ verhaal en raakt aan iets universelers én actueels. Het is ook precies datgene dat je met geen mogelijkheid kunt afdwingen als je schrijft. Als je je erop gaat richten erwijl je schrijft, dan wordt het helemáál niets. Loslaten dus, deze reflectie, en gewoon een spannend verhaal schrijven.

Vrije associatie – II

Freud stelt dat de eerste associatie die we hebben altijd een goede is: het is niet voor niets dat jíj op dít moment hierbij nu juist díe associatie hebt. Dat wil wat zeggen, dat heeft betekenis. En die gedachte vind ik meer dan honderd jaar na dato nog altijd briljant. De hele libido-theorie en de psychoanalytische methode kan nog zo gedateerd zijn en onvolledig, en de methodiek te star en onbewezen, het inzicht dat het unieke, individuele karakter van onze associaties (en droombeelden) iets zegt over onze persoonlijkheid blijft staan: het is niet meer dan het serieus nemen van onze hersenen.

Dromen kunnen heel goed veroorzaakt worden door een willekeurig vurende hersenstam, maar dat doet geen enkele afbreuk aan de betekenis van de symbolische elementen van de droom: die unieke dromer heeft díé droombeelden – beelden die uit haar of zijn onbewuste voortkomen en als zodanig afspiegelingen zijn van wat er op dat moment in die geest leeft.

Hoe je de tekens vervolgens moet interpreteren is een tweede vraag; daarin ben ik volstrekt niet freudiaans. Daarin ga ik liever uit van de hermeneutiek:  zie wat ik eerder schreef over het begrijpen van kunstwerken.

De kern is dat als we besluiten bepaalde soorten fenomenen als betekenisvol te gaan opvatten, dat we dan een nieuw gebied aan potentiële verhalen, kennis en inzichten aanboren.

Post Navigation

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 230 other followers