Betekenis?

kunst, intuïtie, verhalen, collages en creatieve processen

Archive for the tag “verhaal”

Mijn nieuwe boek, dat komend voorjaar verschijnt: een synopsis

De sleuteldrager

Timeo ontdekt diep in het woud iets beangstigends: een plant die met bovennatuurlijke snelheid woekert en voortkruipt. Wie de uitbundig bloeiende plant aanraakt versteent ter plekke. De plant rukt met enorme snelheid op naar de oude, vervallen stad Myr in het dal.
Op het losbarsten van die gruwel heeft Timeo’s vader gewacht. Hij moet de geheime sleutel die van generatie op generatie ging zo snel mogelijk naar de grauwe koning brengen: het wapen tegen de Gruwel van het woud. Koning Aeon weet dat zijn tijd gekomen is. Alleen zijn dood zal de Gruwel stoppen. Dat was de afspraak, een eeuw geleden, toen hij zijn ziel offerde om het woud in toom te houden. Een oude, wijze en noodzakelijke traditie volgens de Toezichthouder van het rijk. Maar de grauwe koning weigert zijn lot te aanvaarden.
Timeo’s vader versteent ook. Met Manou, een meisje dat haar vermiste vader zocht, neemt Timeo de taak van Sleuteldrager over. Samen trekken ze door het betoverde woud, hoog door de boomtoppen, verscholen tussen donkere dennen waar spinnen hun schoonheid weven. Als ook Manou gruwelijk versteent, moet Timeo alleen verder.
De stedelingen bestrijden de gruwel met vlammende fakkels. Ridders in bonte beschermende kleding, trekken met schoffels en bijlen ten strijde. Omringd door chaos, verstening en angst bereikt Timeo uiteindelijk de overwoekerde stad. Daar leidt een jongen hem door de wirwar van straatjes, en op een vlot over de kolkende rivier naar het koninklijk paleis.
De sleutel blijkt toegang te geven tot het dodenrijk. De koning wil Timeo in zijn plaats de dood in sturen. Dat mislukt en de koning krijgt zijn ziel en sterfelijkheid terug.
Dan blijkt alles anders.
De Gruwel van het woud is verslagen, maar Timeo krijgt het vermoeden van gevaarlijker geheimen: is de traditie een leugen? Bevatten oude baker- en aftelrijmpjes misschien wel meer waarheid? Wie is de geheimzinnige Toezichthouder? Wat gebeurt er eigenlijk in de reusachtige onderzoeksinstituten achter het koninklijk paleis? Wie is de mythologische koningin Myriade en zal ze werkelijk ooit terugkeren?
Voor hij een antwoord op deze vragen kan vinden, raakt Timeo in de greep van het kwaad: omdat hij de Gruwel verslagen heeft wordt hij uitgeroepen tot de nieuwe troonopvolger. Een nieuwe Gruwel duikt op uit de rivier en zaait dood en verderf. Het volk roept om een offer om de rivier weer gunstig te stemmen: de ziel van de aanstaande koning.
Manou is de enige die zich om Timeo bekommert. Zij gaat op onderzoek en komt terecht in eindeloze, schimmige archieven en in geheime zalen van het paleis. Een hoogbejaarde, tandeloze vrouw in een rolstoel blijkt een onverwachte bondgenoot. Een stenen beeld spreekt tot haar in raadselen. De Toezichthouder blijkt een stenen beeld te aanbidden. De paleiskok gruwt van asperges met perzik. Overwinning van de angst blijkt de sleutel tot het verslaan van het kwaad.
Timeo zal zijn ziel aan de rivier moeten offeren om het rijk te redden, zo gaat het immers al eeuwen. De Gruwel van de rivier spert zijn bek wijd open om het offer in ontvangst te nemen… Timeo krimpt ineen. De natuur is wreed en eist haar offers.
Of toch niet?

Lola by Brillante Mendoza

Gisteravond sprak ik in het Filmmuseum bij de start van het retrospectief van de films van de Filippijnse filmmaker Brillante Mendoza, naar aanleiding van zijn nieuwste film Lola, de volgende lezing uit:

My first line of thoughts
From the very first moments of the film I was struck by the post-apocalyptic way of depicting Manila:
The rain that comes pouring down like some Biblical Flood. And keeps on pouring down.
The wind that makes it impossible to even light a candle.
The harsh light from above as the old woman has seen the dead body of her grandson.
The heavy traffic.
The sudden bursts of violence that come and go so casual…
And then off course the umbrellas… Those poor umbrellas that function as the only and very poor protection against the elements. Against fate.

Maybe it’s strange, but what I saw, at first reminded me of movies such as The Road, Bladerunner, Soylent Green, Children of Men, and maybe even scenes from Hollywood blockbusters such as The Book of Eli and I am Legend… Those kind of movies: post-apocalyptic science fiction movies.
 And this is why. Film makers in America or Europe have to construct a fictional future to see the pavements crumbling away, the skies forever filled with dark clouds, the flickering lights, the chaos and all those poor people crowding the streets and struggling to survive.

This made me think: how can I ever relate to this world, this city, those people that I see there on the screen?
 My first, defensive, reaction was to think that I come from a different world:
 What I see here, this hostile Manila, does not relate to my world. I live here in luxury, in a well fare state where no one starves to death. We don’t have that kind of struggle for life here.
 Most of us know this world only from movies. We do know the fears, but only from our nightmares. Nightmares that we dream in our comfortable homes, in our comfortable beds, or in our comfortable chair at the movies… But here, this nightmarish dream came uncomfortably close to being reality.
 I started to feel ashamed. The Film Institute asked me to think about this film, to reflect upon it, to relate to it. To analyze it. But what can I say? Who am I to watch this film, and maybe even judge it? I felt it was impossible to lean back and just analyze Lola in terms of composition or mere artistic value.

So here I stop my line of thoughts. I continue with my line of experience.
All of the time, from the very beginning, there was this restless way of viewing it all. Close to the skin. The perspective of the camera as part of the action. The camera put me right in the middle of this sensory bombardment.
 No, it didn’t put me there. I was being sucked in. Straight into the heart of the confusion, the noise and the tragedy. A feeling of being lost came over me. The apocalypse reached straight under my skin.
 Thought crumbled away: there was simply no way to escape the story that was unfolding around me. A story I was made a part of. All rational defense systems failed. All that was left was the story: this tragic double story of those two women.
 Then it dawned upon me.
 I realized that at the start of the film we are indeed witnessing the day after the apocalypse: someone has died. A young man. His world has ended. And so, in a way, part of the world has ended for the old woman too. We are witnessing the end of the world. We are made part of the grief and sorrow.
 And then, being part of it, what happened?
 The old women became my mother. Both of them. Their grief became my grief. Their sorrow became my sorrow. The way they slaved away, the endless effort they had to put up with. All those Stations of the Cross they had to pass – begging for money, begging for mercy, begging for understanding and clarity… The thousand ways they had to submit themselves to the cruelty of the world. I recognized it.
 Stabat Mater Dolorosa… A universal theme… The grieving mother stood beside the cross weeping…
 I felt their world to be my world. I felt it right into my bones. Their story was my story. Or even more the story of my mother, who has had her fair part of all the misery in this world.
 It was shear nonsense to think this story came from another planet or a distant future. I was witnessing two universal, human stories.
 Tragedy cannot be avoided. Misery will strike. Loss is inevitable. Death will come to all of us.
 This all showing clearly on the faces of those two old women.
 Seeing this, experiencing this, made me cry. But it also cleared my view. The noise and the traffic and the chaos were silenced. What remained was clarity. Clarity on the human condition.

Het enorme belang van kunst

Marianne van Dijk stelt in de Volkskrant van 30 sept. dat alle recente pogingen om het belang van kunst aan te geven stranden in wollige abstracties. Sommige verdedigers van de kunst(subsidies) wijzen op het economisch belang, de vernieuwende kracht, of op het vermogen van de kunst ons een spiegel voor te houden. Van Dijk merkt terecht op dat die zaken niet uniek aan de kunst zijn voorbehouden – en dus geen argument vormen voor specifieke subsidies. Er is een sterker betoog nodig om de bezuinigers tot bezinning te brengen.

Ze heeft gelijk. Hieronder een aanzet tot zo’n betoog.

 

Iedere maatschappij en ieder individu floreert bij de gratie van verhalen. Verhalen over waarden, oorsprong en doelen. Ze kunnen religieus zijn of atheïstisch, rationeel of symbolisch, hard of dromerig, maar zónder verhalen kan niemand het stellen. Vraag iemand naar zijn drijfveren en hij komt met een verhaal. Dieren vertellen elkaar geen verhalen, mensen doen dat de hele tijd.

            Het woord ‘verhaal’ gebruik ik hier breed. Niet iedereen vertelt zijn verhaal in woorden. Integendeel. We uiten ons in muziek, beeld, film, dans, toneel, noem maar op: vormen van expressie die een symbolische lading hebben, die betekenis hebben. Dit reikt van bijbelse en andere mythische verhalen, tot de verhalen rond allerlei symbolen die we delen, zoals de grondwet, de Guernica, het Vrijheidsbeeld, Kabouter Buttplug en het fameuze schilderij van het jongetje met de traan.

            Het kunnen wijd verbreide verhalen en symbolen zijn: songteksten, het partijprogramma van de VVD, de Vijfde van Beethoven, de beeldtaal van Klimt of Spielberg. Maar net zo goed de kleinere verhalen die je de drive geven om iedere dag weer onderweg naar morgen te gaan: verhalen over geluk, carrière, ziekte, liefde en haat… In allerlei vormen: liedjes die je helpen de dag door te komen, die schets van je droomhuis, de dichtregel die door je hoofd blijft zingen, etc.

            Waarom hebben we daar kunstenaars bij nodig?

            Mensen neuriën spontaan hun wijsjes, dromen hun dromen, dansen als ze daar zin in hebben en vertellen hun kinderen stokoude sprookjes. Daar hebben we toch geen specialist bij nodig? Jawel. Hier geldt hetzelfde als overal in onze gespecialiseerde samenleving. Een full timer die ‘ervoor doorgeleerd heeft’ kan veel dieper op de stof ingaan dan een amateur. De kunstenaar kan een veel rijkere verbeelding uitwerken dan een leek, hij kan met kennis van zaken kritiek leveren op oude vormen, en zo het weefsel van verhalen en symbolische vormen uitdiepen en verfijnen.

            Er is al te veel kunst.

            Absoluut niet, want we leven in een snel veranderende omgeving. De symbolen van gisteren zijn niet toereikend voor vandaag. Sommige gaan honderden jaren mee, maar in veel gevallen hebben we nieuwe nodig. Veel middeleeuwse schilderijen zijn prachtig, en zeggen ons veel als we de symbooltaal van toen kennen, maar het werk van Marlene Dumas, Spinvis of Anton Corbijn zegt mij meer over wat het is om nú mens te zijn. Oude kunst zegt niets over abortus, cyberspace, echtscheiding, snelwegen, multiculturaliteit, etc.

            Dan hebben we toch nog geen gesubsidieerde kunst nodig?

            Jawel. Want de waarde van kunst is vaak niet economisch uit te drukken. De zorgsector, het onderwijs, het milieu en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek zijn op dezelfde manier kwetsbaar: rendement en kwaliteit ervan zijn niet direct en niet makkelijk meetbaar. En zeker niet in geld. Daar komt voor het maken van kunst bij dat het vaak om een individueel proces gaat. Een kunstenaar kán zonder steun van buitenaf niet zomaar erop gokken dat twee, drie jaar werk iets op zal leveren. Hij kan de onzekere investering domweg niet ophoesten. Geen bank zal hem een lening verstrekken.

            Waarom was die subsidie vroeger dan niet nodig?

            De productie van nieuwe symbolen en verhalen wordt van oudsher juist in alle culturen ondersteund. Via de kerk, de adel en aan het hof. Natuurlijk gebeurde dat op andere manieren. Kunstenaars waren minder vrij, de verhalen lagen meer vast. Er waren vast minder kunstenaars, maar er was vroeger nu eenmaal van álles minder.

            Zelfs groepen jagers-verzamelaars – die misschien cultureel wel het verst bij ons vandaan staan – koesteren een sjamaan in hun midden: iemand die de stam voorziet van symbolen, rituelen en interpretaties van de wereld. Als we ons bedenken dat die stammen meestal uit niet meer dan een paar families bestaan, kun je je verbazen over de hoge ‘prijs’ die ze willen betalen om zo’n sjamaan te onderhouden. Kennelijk onderkennen deze mensen het belang van de verhalenverteller, de visionair, de vroedvrouw van het onbewuste, de smid van nieuwe concepten.

Een snel veranderende samenleving, heeft kortom behoefte aan véél kunstenaars: we moeten mensen vrijhouden die zijn opgeleid om te dromen, de draak te steken, ons te prikkelen met rare ideeën en die zich van een vrijplaats verzekerd weten buiten de dwang van de markt. Alleen dan kan onze samenleving vitaal, alert en scherp blijven.

            Natuurlijk is er een hoop waardeloze kunst, dat is onvermijdelijk. Er is ook een hoop waardeloos wetenschappelijk onderzoek en er bestaan slechte zorgverleners, maar neem nu het boekje Pret met moslims, van Elena Simons: als dat nu eens in plaats van de Gouden Gids landelijk huis aan huis was bezorgd, dan zou Nederland er nu een stuk leuker uitzien. Minder bang, minder zuur.

            Als je de kunst wilt verdedigen moet je niet argumenteren in de taal van geld en economie. Dat verlies je. Net als zij die fundamenteel wetenschappelijk onderzoek willen doen, net als de zorginstellingen, net als het milieu. Je kunt beter het intrinsieke, fundamentele belang van de kunst naar voren halen: de productie van sterke symbolische vormen om ons steeds weer opnieuw zingevende grond onder de voeten te geven.

            Aan welke kunstenaars en hoe je vervolgens die steun moet geven is een heel ander verhaal. Een politiek verhaal. Maar de conclusie dát kunst veel ruimte, aandacht en ondersteuning moet krijgen is al niet niks.

Grotschilderingen

Neolithische grotschilderingen zijn niet zomaar schilderijen. Omdat we niet goed weten wie de mensen waren die ze maakten, hebben ze een heel ander soort betekenis. We weten niet hoe die vroege mensen dachten, wat het verhaal om de schilderijen heen was, waarom ze maakten wat ze maakten. We hebben geen gesproken of geschreven getuigenissen. Alle verhalen die wij eromheen verzinnen zijn speculatief. Het idee dat het om religieuze afbeeldingen gaat, sjamanistische, jachttaferelen… het zijn louter onze verzinselen.

Daarom komen deze schilderingen nog het dichtst bij waar we op hopen als we naar buitenaards intelligent leven zoeken. We zijn omringd door dieren waar we zeer nabije familie van zijn, maar geen van hen vertoont ook maar het kleinste beetje spontaan symbolisch denken – we zijn eenzaam tussen de dieren. Verwant maar volstrekt anders. Volgens mij is dat waar we zo sterk op hopen als we naar ander intelligent leven zoeken: iemand om mee te praten die tegelijk heel anders is dan wij. Iemand die symbolisch denkt, maar tegelijk een radicaal ander perspectief inneemt.   We hopen op iets of iemand die heel anders is dan wij, maar wat ‘het’ zegt moet wél vertaalbaar zijn.

Dat is voor mij een van de belangrijkste betekenissen van grotschilderingen van 20.000 of 30.000 jaar oud: het zijn tekens uit een andere wereld, waar (deels) andere dieren rondliepen, een ander klimaat heerste en waar andere sterrenconstellaties aan de nachtelijke hemel stonden. De makers zijn verder van ons verwijderd dan wie ook. Hun afstand maakt hen interessant. Misschien nog meer dan het feit dat ze onze voorouders zijn. Dat laatste doet zelfs een beetje afbreuk aan hun exotisme – de Neanderthaler, die naar men vermoedt geen directe voorouder van ons was, heeft wat dat betreft een streepje voor bij mij.

Post Navigation

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 230 other followers