Betekenis?

kunst, intuïtie, verhalen, collages en creatieve processen

Archive for the tag “tekens”

De bricoleur en de ingénieur

 

Afgelopen weekend was ik met Veerle – mijn dochter van 8 – aan het knutselen: twee schoenendozen werden verbouwd en ingericht tot huis voor twee minispeeltjesbeestjes. Meestal ‘doen we maar wat’ als we zo aan het bouwen zijn: allebei beginnen we met wat voorhanden is en zien wel wat er gebeurt. Van het een komt het ander.

Terwijl we bezig waren merkte Veerle op dat ze knutselen met een klasgenootje van haar niet zo leuk vond, omdat die altijd voordat er begonnen kon worden tot in de puntjes een plan wilde uitwerken. Ik moest denken aan het klassieke onderscheid dat Claude Lévi-Strauss maakte tussen de ‘ingénieur’ en de ‘bricoleur’; de ingenieur en de knutselaar.

De ingenieur gedraagt zich als modern wetenschapper en legt de aan de wereld buiten hem zijn project op. De buitenwereld / natuur is betekenisloos en pas in zijn handelen produceert hij er betekenis in.

De knutselaar daarentegen zou zich ergens in een ongedifferentieerd gebied tussen natuur en cultuur in bevinden; hij is deel van de wereld waarin hij met wat voorhanden is aan de slag gaat. Hij maakt gebruik van tekens en betekenissen die er al zijn, zonder zelfs maar zoals de ingenieur helder onderscheid te maken tussen gereedschap en voorhanden materie.

De knutselaar werkt met tekens, de ingenieur met concepten. En de knutselaar is een soort estheet die plezier heeft in het eenvoudig nieuw combineren en het verkregen resultaat is misschien wel secundair ten opzichte van het plezier van de vondsten en toevallige gebeurtenissen onderweg. De ingenieur is op het einddoel gericht: hij heeft er pas plezier in als het ‘werkt’.

(bron: http://yvesmarion.over-blog.com/article-25507777.html )

  

Muziek

Afgelopen vrijdag heb ik een gitaar gekocht.

Twintig jaar geleden volgde ik ooit al eens een cursus ‘algemene muziekleer’, omdat ik beter wilde begrijpen wat muziek was en noten wilde leren lezen. Ik begreep er toen helemaal niets van: theorie zonder praktijk bleek voor mij betekenisloos.

Nu probeer ik het andersom: ik volg de instructies in het boekje zonder erbij na te denken. Ik zet mijn vinger waar hij moet staan en sla een snaar aan – dit gaat nog met een hoop kramp en scheve noten gepaard, maar er gebeurt wel iets. Muziek is het nog lang niet wat ik maak, maar de klank van de individuele noten is mooi. En ik leer met welke noot op de notenbalk mijn vinger op de fret en de snaar van de gitaar correspondeert. Meer is het voorlopig niet, ritme en zo komt later wel, maar dát is dus leren noten lezen. En niet, wat ik toen ooit wilde, de noten lezen alsof het gewoon een set tekens was; een soort uitbreiding van taal in woorden.

Muziek is écht iets anders dan taal. En toch verwant eraan? Het is in ieder geval heerlijk. Juist voor iemand die altijd maar talig bezig is als ik. Het niet in woorden kunnen begrijpen is fijn; dwingt me om op een andere manier – gevoelsmatiger, intuïtiever te ervaren.

Mijn conclusie is maar weer eens dat ervaring voor mij voorafgaat of in ieder geval noodzakelijk samengaat met betekenis(systemen). In de wereld zijn, dingen meemaken, zintuiglijk ervaren is het eerste; dan pas ontstaat de mogelijkheid tot systematisering en formalisering. Je kunt muziek pas noteren als je de taal al kent. Je kunt pas noten leren lezen als je ze ervaren hebt.

Klinkt als een open deur, maar voor mij is het toch een ontdekking.

PS Als computers en robots ooit ‘werkelijk’ taal willen kunnen leren, dan moeten ze volgens mij als ervarend, zintuiglijk en willend wezen in de wereld staan. Misschien is dus toch dat wat we bewustzijn noemen noodzakelijk.

Betekenis

Volgens Ferdinand de Saussure (1857-1913), grondlegger van het structuralisme in de taalkunde, komt de betekenis van woorden/tekens tot stand door hun plaats binnen de structuur van de taal. De vormkant van het teken (signifiant; de betekenaar) onderscheidt zich van andere vormen; de betekeniskant (signifié; het betekende). Het teken in zijn geheel verwijst naar de werkelijkheid buiten de taal. Betekenis kan zo alleen bestaan in relatie tot andere betekenissen. Hij abstraheert hierbij van de levende taal die in de loop der jaren verandert, naar het abstracte systeem, de formele, ‘synchrone’  structuur van de taal.  Daarnaast is hij er zich van bewust dat de taal verandert. Taal is ook  ‘diachroon’: ze evolueert.

De vraag hoe betekenis ontstaat omzeilt hij hiermee. Hij gaat uit van de betekenisvolle taalstructuur die er al is. Overigens een heel goed uitgangspunt als je taal wilt beschrijven.

De vraag hoe we betekenis hechten of geven  blijft onbeantwoord: het landschap van de taal is er en dat verwijst, via toevallige verbanden tussen de klanken en de betekenissen naar dingen en situaties in de wereld – het landschap van de taal en het landschap van de wereld. Maar de landschappen zijn er al; ze veranderen hoogstens in de loop der tijd – in zichzelf en ten opzichte van elkaar (‘town’ en ‘tuin’  hebben dezelfde oorsprong: een woord dat ommuurde/omheinde plek betekende. De tekens lijken ook nog wel op elkaar, maar een stad of een tuin zijn twee heel verschillende dingen).

Als we ons beperken tot bijvoorbeeld de gedrukte taal in een non-fictieboek, lijkt het of we een heel eind komen met deze taalopvatting: daar is sprake van zo systematisch mogelijk gebruik van vaste betekenissen die verwijzen naar specifieke feiten en situaties. 

Als we naar poëzie kijken, dan zien we meteen meer lagen ontstaan: een gedicht schept vaak intern nieuwe betekenissen, een nieuw perspectief, en zelfs binnen een gedicht kunnen betekenissen van woorden verglijden. De verwijzing naar de wereld buiten het gedicht is er wel, maar staat niet voorop, is niet het belangrijkste. Iedere lezer komt met zijn individuele (deel)kennis van de taal (de taalstructuur waar hij over beschikt) naar het gedicht toe.

‘De’ betekenis van het gedicht bestaat niet: er zijn confrontaties van deelstructuren van lezers met de deelstructuur van het gedicht. Het idee dat er één formele structuur is -  ‘de taal’ – is een illusie; of een platoonse abstractie. Betekenis ontstaat in de wrijving tussen de verschillende min of meer gestructureerde taalachtergronden en – gebeurtenissen.

‘De’ betekenis van een woord bestaat niet.

Nietzsche stelt: “Das Herrenrecht, Namen zu geben, geht so weit, dass man sich erlauben sollte, den Ursprung der Sprache selbst als Machtäusserung der Herrschenden zu fassen: sie sagen ‘das ist das und das’, sie siegeln jegliches Ding und Geschehen mit einem Laute ab und nehmen es dadurch gleichsam in Besitz.” (genealogie der Moral)

Tsja, Nietzsche is nu eenmaal geobsedeerd door macht – in de meeste gevallen kunnen we ook spreken van poëzie of van creativiteit op het moment dat iemand zich een woord of begrip toe-eigent. Niet alle nieuwe taal is new speak in de orwelliaanse sombere 1984-betekenis van het woord.

Kortom, als we denken dat alledaagse taal saai is omdat alle betekenissen vastliggen en bekend zijn, dan is dat omdat we ons de taal niet werkelijk toe-eigenen. Iedere taaluiting is een creatieve daad, waarmee we structuur scheppen – in klanken, concepten en in de ordening van de wereld om ons heen.

Post Navigation

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 230 other followers