De bricoleur en de ingénieur

Afgelopen weekend was ik met Veerle – mijn dochter van 8 – aan het knutselen: twee schoenendozen werden verbouwd en ingericht tot huis voor twee minispeeltjesbeestjes. Meestal ‘doen we maar wat’ als we zo aan het bouwen zijn: allebei beginnen we met wat voorhanden is en zien wel wat er gebeurt. Van het een komt het ander.
Terwijl we bezig waren merkte Veerle op dat ze knutselen met een klasgenootje van haar niet zo leuk vond, omdat die altijd voordat er begonnen kon worden tot in de puntjes een plan wilde uitwerken. Ik moest denken aan het klassieke onderscheid dat Claude Lévi-Strauss maakte tussen de ‘ingénieur’ en de ‘bricoleur’; de ingenieur en de knutselaar.

De ingenieur gedraagt zich als modern wetenschapper en legt de aan de wereld buiten hem zijn project op. De buitenwereld / natuur is betekenisloos en pas in zijn handelen produceert hij er betekenis in.
De knutselaar daarentegen zou zich ergens in een ongedifferentieerd gebied tussen natuur en cultuur in bevinden; hij is deel van de wereld waarin hij met wat voorhanden is aan de slag gaat. Hij maakt gebruik van tekens en betekenissen die er al zijn, zonder zelfs maar zoals de ingenieur helder onderscheid te maken tussen gereedschap en voorhanden materie.
De knutselaar werkt met tekens, de ingenieur met concepten. En de knutselaar is een soort estheet die plezier heeft in het eenvoudig nieuw combineren en het verkregen resultaat is misschien wel secundair ten opzichte van het plezier van de vondsten en toevallige gebeurtenissen onderweg. De ingenieur is op het einddoel gericht: hij heeft er pas plezier in als het ‘werkt’.
(bron: http://yvesmarion.over-blog.com/article-25507777.html )





