Betekenis?

kunst, intuïtie, verhalen, collages en creatieve processen

Archive for the tag “structuur”

Muziek

Afgelopen vrijdag heb ik een gitaar gekocht.

Twintig jaar geleden volgde ik ooit al eens een cursus ‘algemene muziekleer’, omdat ik beter wilde begrijpen wat muziek was en noten wilde leren lezen. Ik begreep er toen helemaal niets van: theorie zonder praktijk bleek voor mij betekenisloos.

Nu probeer ik het andersom: ik volg de instructies in het boekje zonder erbij na te denken. Ik zet mijn vinger waar hij moet staan en sla een snaar aan – dit gaat nog met een hoop kramp en scheve noten gepaard, maar er gebeurt wel iets. Muziek is het nog lang niet wat ik maak, maar de klank van de individuele noten is mooi. En ik leer met welke noot op de notenbalk mijn vinger op de fret en de snaar van de gitaar correspondeert. Meer is het voorlopig niet, ritme en zo komt later wel, maar dát is dus leren noten lezen. En niet, wat ik toen ooit wilde, de noten lezen alsof het gewoon een set tekens was; een soort uitbreiding van taal in woorden.

Muziek is écht iets anders dan taal. En toch verwant eraan? Het is in ieder geval heerlijk. Juist voor iemand die altijd maar talig bezig is als ik. Het niet in woorden kunnen begrijpen is fijn; dwingt me om op een andere manier – gevoelsmatiger, intuïtiever te ervaren.

Mijn conclusie is maar weer eens dat ervaring voor mij voorafgaat of in ieder geval noodzakelijk samengaat met betekenis(systemen). In de wereld zijn, dingen meemaken, zintuiglijk ervaren is het eerste; dan pas ontstaat de mogelijkheid tot systematisering en formalisering. Je kunt muziek pas noteren als je de taal al kent. Je kunt pas noten leren lezen als je ze ervaren hebt.

Klinkt als een open deur, maar voor mij is het toch een ontdekking.

PS Als computers en robots ooit ‘werkelijk’ taal willen kunnen leren, dan moeten ze volgens mij als ervarend, zintuiglijk en willend wezen in de wereld staan. Misschien is dus toch dat wat we bewustzijn noemen noodzakelijk.

Het onbewuste

Jarenlang heb ik me verwonderd over het schetsje van Freud in Die neue Folge der Vorlesungen, hfd. 31:

Ik heb het zelfs als uitgangspunt genomen voor het ‘Binnenland’ in mijn boek Isa’s droom: het ei van Freud als eiland in de zee van tijd. Een eiland waarop Isa avonturen beleeft die metaforisch zijn voor de staat van haar innerlijke wereld.

Het raadselachtige ligt voor mij daarin, dat ik me afvraag wat zo’n kaartje nu eigenlijk is (echte filosofenvraag om je daar druk over te maken). Het kaartje, de topografie, maakt ons iets duidelijk over de aard en structuur van onze geest, denken we, maar tegelijk is het op geen enkele manier een kaart van een echt bestaand gebied. Ik verbaas me over de ‘Verdinglichung’, ‘verdinglijking’, die bijna als vanzelf plaatsvindt: we zijn zo snel en zo sterk geneigd om ‘het onbewuste’ te zien als ‘iets’ dat werkelijk bestaat… als ding, of plek. Maar we kunnen het nergens als zodanig aanwijzen.

Ik meen me te herinneren dat het ‘Es’ volgens Freud uiteindelijk ‘open is naar het somatische’, het lichamelijke… Daarom is het ei vanonder open. Tada: de oplossing van het lichaam-geestprobleem (een raadsel dat hij aan het einde van Die Traumdeutung afschuift op de filosofen).

Het is te gek voor woorden, de vraag naar wat het ‘is’ moeilijk te beantwoorden, maar tegelijk vind ik het concept van het onbewuste te mooi en te krachtig om het op grond daarvan te verwerpen (wat overigens vrijwel niemand doet, ondanks de mode om ‘Freud’ integraal te verwerpen).

Vaak hanteer ik voor mezelf het beeld dat ons onbewuste ons lichaam is, opgevat als potentieel van betekenissen: alle structuren en patronen in ons lichaam, inclusief hersenen, die op zeker moment tot het bewustzijn kunnen doordringen of daar invloed op hebben, of invloed hebben op ons handelen:  het lichaam als boek. Of nog mooier: het lichaam als bron van oneindig veel verhalen, die zich wel allemaal in een bepaald landschap afspelen – al is dat landschap (ons lichaam) veranderlijk.

Umberto Eco & Ludwig Wittgenstein: over ladders & slakken

‘Ik heb nooit aan de waarheid van de tekens getwijfeld, Adson,’ zei William, ‘zij zijn het enige waarover de mens beschikt om zijn weg in de wereld te vinden. Wat ik niet had begrepen was het verband tussen de tekens.’

(…)

‘Maar door een verkeerde orde te bedenken, hebt u toch iets gevonden…’

‘Je hebt iets heel moois gezegd, Adson, ik dank je. De orde die onze geest bedenkt, is als een net, of een ladder, die men construeert om ergens te komen. Maar daarna moet men de ladder wegwerpen omdat men ontdekt dat ze, hoewel ze goede diensten had bewezen, van zin verstoken was.’

Umberto Eco, De naam van de roos, p. 512.

Een citaat dat al jaren deel uitmaakt van mijn verzameling. Het laatste deel een overduidelijke parafrase van het einde van Wittgensteins Tractatus logico-philosophicus: ‘[6.54] Meine Sätze erläutern dadurch, dass sie der, welcher mich versteht, am Ende als unsinnig erkennt, wenn er durch sie – auf ihnen – über sie hinausgestiegen ist. (Er muss sozusagen die Leiter wegwerfen, nachdem er auf ihr hinaufgestiegen ist.) [7] Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.’

De (filosofische) uitspraken die on-zinnig zijn maar wel helpen om tot een bepaald inzicht te komen. On-zinnig, in zoverre dat het geen proposities zijn over feitelijke standen van zaken in de wereld. Mooie gedachte van Wittgenstein, maar op zichzelf onzinnig.

Zin / betekenis ligt niet primair in correspondentie met de wereld ‘daar buiten’. Een flink deel van de betekenis ligt in de orde zelf die verzonnen wordt, in de relaties tussen de tekens die door ons geschapen wordt, in de schoonheid van die orde. Het gaat om het samenspel tussen waarneming en ordeningen die we denken te vinden en bewust maken op grond van die waarneming. Zo bouwen we een wereld. We moeten de ladder dus vooral niet weggooien na gebruik, veel meer dan de ladder hebben we niet. Zonder ladders storten we naar beneden.

De slak gooit haar huisje niet weg als het heeft laten zien waartoe het dient, maar draagt het met zich mee en koestert het, en het maakt onlosmakelijk deel van haar uit, het helpt haar te overleven. Om terug te komen op De naam van de roos: zouden we het boek (de ordening) moeten weggooien nadat we het gelezen hebben en ervan genoten hebben? Waarom? Het is fijn om het van tijd tot tijd in de boekenkast te zien staan, ons te herinneren hoe heerlijk het was om het te lezen, hoe mooi het was, het misschien te herlezen… En dat geldt ook voor de Tractatus.

Betekenis

Volgens Ferdinand de Saussure (1857-1913), grondlegger van het structuralisme in de taalkunde, komt de betekenis van woorden/tekens tot stand door hun plaats binnen de structuur van de taal. De vormkant van het teken (signifiant; de betekenaar) onderscheidt zich van andere vormen; de betekeniskant (signifié; het betekende). Het teken in zijn geheel verwijst naar de werkelijkheid buiten de taal. Betekenis kan zo alleen bestaan in relatie tot andere betekenissen. Hij abstraheert hierbij van de levende taal die in de loop der jaren verandert, naar het abstracte systeem, de formele, ‘synchrone’  structuur van de taal.  Daarnaast is hij er zich van bewust dat de taal verandert. Taal is ook  ‘diachroon’: ze evolueert.

De vraag hoe betekenis ontstaat omzeilt hij hiermee. Hij gaat uit van de betekenisvolle taalstructuur die er al is. Overigens een heel goed uitgangspunt als je taal wilt beschrijven.

De vraag hoe we betekenis hechten of geven  blijft onbeantwoord: het landschap van de taal is er en dat verwijst, via toevallige verbanden tussen de klanken en de betekenissen naar dingen en situaties in de wereld – het landschap van de taal en het landschap van de wereld. Maar de landschappen zijn er al; ze veranderen hoogstens in de loop der tijd – in zichzelf en ten opzichte van elkaar (‘town’ en ‘tuin’  hebben dezelfde oorsprong: een woord dat ommuurde/omheinde plek betekende. De tekens lijken ook nog wel op elkaar, maar een stad of een tuin zijn twee heel verschillende dingen).

Als we ons beperken tot bijvoorbeeld de gedrukte taal in een non-fictieboek, lijkt het of we een heel eind komen met deze taalopvatting: daar is sprake van zo systematisch mogelijk gebruik van vaste betekenissen die verwijzen naar specifieke feiten en situaties. 

Als we naar poëzie kijken, dan zien we meteen meer lagen ontstaan: een gedicht schept vaak intern nieuwe betekenissen, een nieuw perspectief, en zelfs binnen een gedicht kunnen betekenissen van woorden verglijden. De verwijzing naar de wereld buiten het gedicht is er wel, maar staat niet voorop, is niet het belangrijkste. Iedere lezer komt met zijn individuele (deel)kennis van de taal (de taalstructuur waar hij over beschikt) naar het gedicht toe.

‘De’ betekenis van het gedicht bestaat niet: er zijn confrontaties van deelstructuren van lezers met de deelstructuur van het gedicht. Het idee dat er één formele structuur is -  ‘de taal’ – is een illusie; of een platoonse abstractie. Betekenis ontstaat in de wrijving tussen de verschillende min of meer gestructureerde taalachtergronden en – gebeurtenissen.

‘De’ betekenis van een woord bestaat niet.

Nietzsche stelt: “Das Herrenrecht, Namen zu geben, geht so weit, dass man sich erlauben sollte, den Ursprung der Sprache selbst als Machtäusserung der Herrschenden zu fassen: sie sagen ‘das ist das und das’, sie siegeln jegliches Ding und Geschehen mit einem Laute ab und nehmen es dadurch gleichsam in Besitz.” (genealogie der Moral)

Tsja, Nietzsche is nu eenmaal geobsedeerd door macht – in de meeste gevallen kunnen we ook spreken van poëzie of van creativiteit op het moment dat iemand zich een woord of begrip toe-eigent. Niet alle nieuwe taal is new speak in de orwelliaanse sombere 1984-betekenis van het woord.

Kortom, als we denken dat alledaagse taal saai is omdat alle betekenissen vastliggen en bekend zijn, dan is dat omdat we ons de taal niet werkelijk toe-eigenen. Iedere taaluiting is een creatieve daad, waarmee we structuur scheppen – in klanken, concepten en in de ordening van de wereld om ons heen.

Post Navigation

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 230 other followers