Ik wolkte een regendroom
Ik wolkte een regendroom,
nat en klam, vol vreemd verlangen.
Een wolk van verse damp en stoom,
die ergens windstil, wit bleef hangen.
Ik wolkte, droomde, droomde, wolkte,
een raadsel dat diep in mij kolkte.
Ik droomde, was een regenwolk.
Ik zag de diepte en daaronder,
bloemen, dieren, ander volk,
rivieren, velden, wat een wonder!
Ik droomde, wolkte, wolkte, droomde,
Tot ik bijna overstroomde.
Toen schrok ik wakker, sprong uit bed,
en rende heel snel naar beneden,
de gang door en naar het toilet,
maar, o, nee, het was bezet!
In de tuin in donkere nacht,
ruiste toen mijn regen zacht.
Zo maakte ik de bloemen blij,
maar mijn droom, die was voorbij.