Betekenis?

kunst, intuïtie, verhalen, collages en creatieve processen

Archive for the tag “hermeneutiek”

Kritiek

 Een tekst kun je zien als een mechaniekje dat het doel heeft iets bij een lezer voor elkaar te krijgen: verbazing, verwondering, vertedering, spanning, plezier, etc. Als de tekst dat doel niet bereikt, dan is er iets mis met het mechaniek. Het mechaniek bestaat uit woorden, en hun doel is invloed uit te oefenen op bewustzijn, kennis en gevoel van de lezer. Dit idee van de tekst als mechaniekje heb ik van Koen Vergeer – schrijver van een aantal prachtboeken –, die overigens nog veel meer mooie ideeën over teksten heeft.

Zo te kijken naar wat je geschreven hebt, maakt kritiek door anderen wenselijk: wat roept je tekst op bij je lezers? In hun antwoorden vang je glimpen op van de betekenis die je geproduceerd hebt; een spiegelproces, waarbij iedere spiegel anders gevormd is. Tot op zekere hoogte kun je zelf voor lezer spelen en inschatten wat een tekst doet, en naarmate je meer ervaring hebt kun je dat steeds beter, maar je houdt altijd je blinde vlekken.

Maar dan nog… Meestal weet je zelf niet precies wat je exact met een bepaald verhaal wilt bereiken bij je lezer (je wil het gewoon vertellen), en ook is het goed om tot op zekere hoogte dwars te zijn. Je krijgt bovendien zeer uiteenlopende reacties van proeflezers, blijkt in de praktijk: iedereen leest wat anders in je woorden.

Het machientje dat je bouwt is dus van meet af aan een ‘zachte’ machine, en ‘de’ lezer bestaat ook al niet. Voor gedichten en verhalen geldt dit meer dan voor informatieve of strikt retorische teksten, maar het verschil is uiteindelijk slechts gradueel. Blijft gelden dat je uit de reacties van je lezers op kunt maken wat je eigenlijk precies gemaakt hebt. En het is soms niet makkelijk om te accepteren dat dat niet is wat je in gedachten had. Maar het helpt je wel verder.

Naïviteit

De naïeve blik is de onbevangen blik die nieuwsgierig is en openstaat naar wat zich voordoet. Ik ben geneigd het begrip bovendien te koppelen aan een positieve insteek: iemand die ergens met naïeve blik binnenkomt hoopt op het goede, gaat uit van het goede, komt binnen met een zeker vertrouwen – zoals de pas afgestudeerde op de eerste dag bij zijn eerste echte baan: trots, nieuwsgierig, leergierig, eventueel wat onzeker. Zeker niet cynisch.

Toch wordt naïviteit vaak gekoppeld aan onnozelheid, gebrek aan kritiek. Met de naïeve blik is er van alles dat je niet opmerkt. Pas na een paar weken of maanden in die eerste baan, begin je de machtsspelletjes te zien, de onderhuidse spanningen te voelen, de verschillen tussen buitenkant en wat werkelijk speelt te doorgronden.

De Franse filosoof Paul Ricoeur (1913-2005) – filosoof van het hermeneutisch denken, van oorsprong fenomenoloog – wil het kind en het badwater behouden, de kool en de geit. Hij benadrukt het grote belang van kritische analyse. Zijn ‘meesters van het wantrouwen zijn Marx, Nietzsche en Freud: zij laten zien voor verschillende contexten (economie, macht en psyche) wat voor mechanismen onder de oppervlakte zouden kunnen liggen. Het gaat hier niet om de vraag of die ‘meesters’ de juiste mechanismen hebben opgeworpen, maar om het mechanisme van de kritiek: kijk maar, je ziet niet wat je ziet – onder de oppervlakte zijn heel andere mechanismen werkzaam.

Wat feiten zijn en wat waarheden, blijkt relatief. Relatief aan ons interpretatieschema.

Tot zover de geit dan wel het badwater.

Maar nu het kind, de positieve waarde van de naïeve blik. Ricoeur stelt dat het van belang is om na de analyse voorbij te kunnen gaan aan de analytische, kritische blik. Want die kritische manier van kijken en denken stelt alles in een subject-object voorstelling voor: alles wordt geobjectiveerd en daarmee onttoverd. Dit zijn niet strikt zijn begrippen overigens, maar de woorden waarmee ik zijn visie voor mezelf samenvat.

De spontaniteit, de onbevangenheid, hoe krijg je die terug? Als een waar dialectisch denker komt Ricoeur met het concept van de ‘seconde naivité’, de tweede naïviteit. Als ik die vergelijk met de liefde waarin verliefdheid over kan gaan als we accepteren dat onze geliefde ook maar een mens is, is hopelijk alles duidelijk.

Vrije associatie – II

Freud stelt dat de eerste associatie die we hebben altijd een goede is: het is niet voor niets dat jíj op dít moment hierbij nu juist díe associatie hebt. Dat wil wat zeggen, dat heeft betekenis. En die gedachte vind ik meer dan honderd jaar na dato nog altijd briljant. De hele libido-theorie en de psychoanalytische methode kan nog zo gedateerd zijn en onvolledig, en de methodiek te star en onbewezen, het inzicht dat het unieke, individuele karakter van onze associaties (en droombeelden) iets zegt over onze persoonlijkheid blijft staan: het is niet meer dan het serieus nemen van onze hersenen.

Dromen kunnen heel goed veroorzaakt worden door een willekeurig vurende hersenstam, maar dat doet geen enkele afbreuk aan de betekenis van de symbolische elementen van de droom: die unieke dromer heeft díé droombeelden – beelden die uit haar of zijn onbewuste voortkomen en als zodanig afspiegelingen zijn van wat er op dat moment in die geest leeft.

Hoe je de tekens vervolgens moet interpreteren is een tweede vraag; daarin ben ik volstrekt niet freudiaans. Daarin ga ik liever uit van de hermeneutiek:  zie wat ik eerder schreef over het begrijpen van kunstwerken.

De kern is dat als we besluiten bepaalde soorten fenomenen als betekenisvol te gaan opvatten, dat we dan een nieuw gebied aan potentiële verhalen, kennis en inzichten aanboren.

Het begrijpen van kunstwerken

The nature of a work of art is to be not a part, nor yet a copy of the real world (as we commonly understand that phrase), but a world in itself, independent, complete, autonomous; and to possess it fully you must enter that world, conform to its laws, and ignore for the time the beliefs, aims and particular conditions which belong to you in the other world of reality.

Ofte wel: ”De aard van een kunstwerk is, dat het geen deel uitmaakt, noch een kopie is van de werkelijke wereld (zoals we die over het algemeen noemen), maar dat het een wereld in zichzelf is, onafhankelijk, compleet, autonoom; en om het kunstwerk volledig te bevatten, moet je die wereld binnentreden, je aanpassen aan haar wetten, en voor enige tijd je alledaagse overtuigingen, doelen en omstandigheden tussen haakjes zetten.” Bradley, Oxford Lectures on Poetry, 1901, gevonden in: Jeanette Winterson, Art & Lies

Als ik tegenover een kunstwerk sta, dan probeer ik er deels zo naar te kijken. Ik ga ervan uit dat de maker mij oprecht iets wilde laten zien en met wat hij maakte in ieder geval ‘iets’ aan mij over wilde brengen – een ervaring, een gedachte, een gevoel, een uitspraak… Om het kunstwerk tot zijn recht te laten komen moet ik niet meteen gaan oordelen vanuit de manieren waarop ik de wereld begrijp, maar kijken of ik achter de wetten van die wereld daar voor me kan komen. Wat zijn de interne relaties, wat gebeurt daar, wat voor wereld zou het kunnen zijn? In dit proces ga ik op zoek naar de betekenis die de maker erin heeft gelegd. Ik stel mezelf open en probeer me te laten verrassen door de andere wereld die ik ontmoet. Dit deel van de betekenis van het kunstwerk komt intern tot stand: door de aard van die wereld zelf; door de interne relaties van de elementen.

Daarnaast en tegelijk en natuurlijk niet echt te scheiden daarvan (wel te onderscheiden daarvan) is wat het kunstwerk met mij doet. Hoe werkt het op mij in? Raakt het me? En zo ja, waar of hoe raakt het me? Wat zijn de associaties die in mij opkomen?

Dit is het proces waarin ik op zoek ga naar de betekenis zoals die tot stand komt in relatie tot ‘mijn’ wereld. In dit proces roei ik met de riemen die ik heb: mijn kennis en vroegere ervaringen, mijn onbewuste voorkeuren, etc. – mijn hersenen zijn onder andere daardoor gevormd, tot een mal waarin de ervaring van dit nieuwe gegoten wordt. Deels past het, deels misschien ook niet. Waar het past vind ik direct een ingang, waar het niet past kan ik proberen de nieuwe vormen te integreren in mijn ervaring (de mal die ik ben aan te passen).

‘De’ betekenis van een kunstwerk bestaat niet, maar door aan beide processen aandacht te geven kan ik toegang krijgen tot andere werelden, en kan ik werkelijk nieuwe ervaringen opdoen die mijn grenzen / de grenzen van mijn wereld openbreken en verruimen.

Post Navigation

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 230 other followers