Kritiek
Een tekst kun je zien als een mechaniekje dat het doel heeft iets bij een lezer voor elkaar te krijgen: verbazing, verwondering, vertedering, spanning, plezier, etc. Als de tekst dat doel niet bereikt, dan is er iets mis met het mechaniek. Het mechaniek bestaat uit woorden, en hun doel is invloed uit te oefenen op bewustzijn, kennis en gevoel van de lezer. Dit idee van de tekst als mechaniekje heb ik van Koen Vergeer – schrijver van een aantal prachtboeken –, die overigens nog veel meer mooie ideeën over teksten heeft.
Zo te kijken naar wat je geschreven hebt, maakt kritiek door anderen wenselijk: wat roept je tekst op bij je lezers? In hun antwoorden vang je glimpen op van de betekenis die je geproduceerd hebt; een spiegelproces, waarbij iedere spiegel anders gevormd is. Tot op zekere hoogte kun je zelf voor lezer spelen en inschatten wat een tekst doet, en naarmate je meer ervaring hebt kun je dat steeds beter, maar je houdt altijd je blinde vlekken.
Maar dan nog… Meestal weet je zelf niet precies wat je exact met een bepaald verhaal wilt bereiken bij je lezer (je wil het gewoon vertellen), en ook is het goed om tot op zekere hoogte dwars te zijn. Je krijgt bovendien zeer uiteenlopende reacties van proeflezers, blijkt in de praktijk: iedereen leest wat anders in je woorden.
Het machientje dat je bouwt is dus van meet af aan een ‘zachte’ machine, en ‘de’ lezer bestaat ook al niet. Voor gedichten en verhalen geldt dit meer dan voor informatieve of strikt retorische teksten, maar het verschil is uiteindelijk slechts gradueel. Blijft gelden dat je uit de reacties van je lezers op kunt maken wat je eigenlijk precies gemaakt hebt. En het is soms niet makkelijk om te accepteren dat dat niet is wat je in gedachten had. Maar het helpt je wel verder.