Betekenis?

kunst, intuïtie, verhalen, collages en creatieve processen

Archive for the tag “expressie”

Muziek

Afgelopen vrijdag heb ik een gitaar gekocht.

Twintig jaar geleden volgde ik ooit al eens een cursus ‘algemene muziekleer’, omdat ik beter wilde begrijpen wat muziek was en noten wilde leren lezen. Ik begreep er toen helemaal niets van: theorie zonder praktijk bleek voor mij betekenisloos.

Nu probeer ik het andersom: ik volg de instructies in het boekje zonder erbij na te denken. Ik zet mijn vinger waar hij moet staan en sla een snaar aan – dit gaat nog met een hoop kramp en scheve noten gepaard, maar er gebeurt wel iets. Muziek is het nog lang niet wat ik maak, maar de klank van de individuele noten is mooi. En ik leer met welke noot op de notenbalk mijn vinger op de fret en de snaar van de gitaar correspondeert. Meer is het voorlopig niet, ritme en zo komt later wel, maar dát is dus leren noten lezen. En niet, wat ik toen ooit wilde, de noten lezen alsof het gewoon een set tekens was; een soort uitbreiding van taal in woorden.

Muziek is écht iets anders dan taal. En toch verwant eraan? Het is in ieder geval heerlijk. Juist voor iemand die altijd maar talig bezig is als ik. Het niet in woorden kunnen begrijpen is fijn; dwingt me om op een andere manier – gevoelsmatiger, intuïtiever te ervaren.

Mijn conclusie is maar weer eens dat ervaring voor mij voorafgaat of in ieder geval noodzakelijk samengaat met betekenis(systemen). In de wereld zijn, dingen meemaken, zintuiglijk ervaren is het eerste; dan pas ontstaat de mogelijkheid tot systematisering en formalisering. Je kunt muziek pas noteren als je de taal al kent. Je kunt pas noten leren lezen als je ze ervaren hebt.

Klinkt als een open deur, maar voor mij is het toch een ontdekking.

PS Als computers en robots ooit ‘werkelijk’ taal willen kunnen leren, dan moeten ze volgens mij als ervarend, zintuiglijk en willend wezen in de wereld staan. Misschien is dus toch dat wat we bewustzijn noemen noodzakelijk.

Waarneming & schrijven

Waarneming
Soms is de waarneming van een onvoorstelbare helderheid: licht als glas, scherp, doorzichtig, licht dat gulzig ingedronken wordt en verteerd door de ogen; terwijl de geuren van een wolkende stoffigheid zijn, een tactiele smaak overbrengen, een overweldigend textuur-landschap. En de vingertoppen: terugschrikkend vertalend alles wat ze aanraken. En overal, de wind op je huid, de warmte van de zon en de onmiddellijke in alles gevoelde veranderingen als de zon even achter een wolk verdwijnt.
Ik was onlangs in het bos bij De Bilt. Loofbomen, naaldbomen, weide. Harde wind, droge heldere lucht na regen, zon, afgewisseld door losse kleine wolkenschaduwen. Vlijmscherpe zwarte takken in tegenlicht afgetekend tegen het blauw van de lucht. Dode verbleekte takken, hel het zonlicht weerspiegelend in bleke fragmenten tussen het gele heen en weer zwiepende gras. Los afgebroken gras dichterbij in de windrichting maar ook willekeurig plat op de grond. Paaltjes met prikkeldraad ertussen gespannen.
Ineens het gehijg van een hond die voorbijloopt achterlangs het bankje waarop ik lig. Een oude mevrouw volgt. Geruis van de bomen, veraf dichtbij, hard zacht, in golvende wisseling. Windvlagen bestaan, zijn vluchtige, maar werkelijke structuren. Ze hoog ver weg in de boomtoppen constaterend, wacht ik op het moment dat ze mijn zonverwarmde huid zullen raken; die verkoelend – niet onprettig koud, maar ik houd van het branden van de zon.
Ik loop verder. De geur van eiken. Een onbeschrijfelijk groene bomengeur – warm vochtig groen donker, vervuld van stil leven. Ook de ruimtelijkheid is tastbaar. De door de bomen geschapen ruimtes, afstanden, dieptes geven me een plaats een hier een heden. Klein in de bruine holle weg op de humus tussen de harde stammen en dode stronken. Het licht door de bladeren verspreid om de ruimte nog holler homogener beslotener te maken.
Een veer. Een slagpen van waarschijnlijk een ekster. Donker, bijna zwart. Onder bepaalde hoeken het licht weerkaatsend in olieachtig groen, blauw. Nauw in elkaar grijpende haartjes ontspringend aan een harde schacht, de hoofdnerf van een van de bladeren van een vogel. Onder bepaalde hoeken heen en weer bewogen voel ik de luchtweerstand – heen, (de vogel omhoog), sterker dan weer, (de vleugel omhoog).
De paarden zijn prachtig. Glanzend zwart en bruin. Op afstand blijvende geestverschijningen in het oude hoge zaaddragende gras. Maar het zijn scherpe geesten – onontkoombaar aanwezig snuivend kauwend luisterend. Grote ogen kijken op onmenselijke wijze naar je.  
Op de fiets terug naar Utrecht zijn mijn benen van een pijnlijke onwilligheid. Traag tegen de wind in. Brandende ogen zoals zo vaak, een lichte hoofdpijn. Moe. Duizelig. De lucht is heerlijk om in te ademen. In de verte staat de Dom.

Schrijven
Voorzetsels, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en een enkel koppelwerkwoord – daarmee in willekeurige sequenties kan de taal van de waarneming geschreven worden. Zo vrij mogelijke grammatica – hier en daar topzwaar van alle bijvoeglijke naamwoorden, ronkend, rollend, verdrinkend in lange rijen infinitieven, die meer en meer de modaliteit van het moment dat niet eenduidig te beschrijven is verbeelden benaderen – in een sfeer van steeds nauwkeuriger aanduidingen eromheendraaiingen.

Het begrijpen van kunstwerken

The nature of a work of art is to be not a part, nor yet a copy of the real world (as we commonly understand that phrase), but a world in itself, independent, complete, autonomous; and to possess it fully you must enter that world, conform to its laws, and ignore for the time the beliefs, aims and particular conditions which belong to you in the other world of reality.

Ofte wel: ”De aard van een kunstwerk is, dat het geen deel uitmaakt, noch een kopie is van de werkelijke wereld (zoals we die over het algemeen noemen), maar dat het een wereld in zichzelf is, onafhankelijk, compleet, autonoom; en om het kunstwerk volledig te bevatten, moet je die wereld binnentreden, je aanpassen aan haar wetten, en voor enige tijd je alledaagse overtuigingen, doelen en omstandigheden tussen haakjes zetten.” Bradley, Oxford Lectures on Poetry, 1901, gevonden in: Jeanette Winterson, Art & Lies

Als ik tegenover een kunstwerk sta, dan probeer ik er deels zo naar te kijken. Ik ga ervan uit dat de maker mij oprecht iets wilde laten zien en met wat hij maakte in ieder geval ‘iets’ aan mij over wilde brengen – een ervaring, een gedachte, een gevoel, een uitspraak… Om het kunstwerk tot zijn recht te laten komen moet ik niet meteen gaan oordelen vanuit de manieren waarop ik de wereld begrijp, maar kijken of ik achter de wetten van die wereld daar voor me kan komen. Wat zijn de interne relaties, wat gebeurt daar, wat voor wereld zou het kunnen zijn? In dit proces ga ik op zoek naar de betekenis die de maker erin heeft gelegd. Ik stel mezelf open en probeer me te laten verrassen door de andere wereld die ik ontmoet. Dit deel van de betekenis van het kunstwerk komt intern tot stand: door de aard van die wereld zelf; door de interne relaties van de elementen.

Daarnaast en tegelijk en natuurlijk niet echt te scheiden daarvan (wel te onderscheiden daarvan) is wat het kunstwerk met mij doet. Hoe werkt het op mij in? Raakt het me? En zo ja, waar of hoe raakt het me? Wat zijn de associaties die in mij opkomen?

Dit is het proces waarin ik op zoek ga naar de betekenis zoals die tot stand komt in relatie tot ‘mijn’ wereld. In dit proces roei ik met de riemen die ik heb: mijn kennis en vroegere ervaringen, mijn onbewuste voorkeuren, etc. – mijn hersenen zijn onder andere daardoor gevormd, tot een mal waarin de ervaring van dit nieuwe gegoten wordt. Deels past het, deels misschien ook niet. Waar het past vind ik direct een ingang, waar het niet past kan ik proberen de nieuwe vormen te integreren in mijn ervaring (de mal die ik ben aan te passen).

‘De’ betekenis van een kunstwerk bestaat niet, maar door aan beide processen aandacht te geven kan ik toegang krijgen tot andere werelden, en kan ik werkelijk nieuwe ervaringen opdoen die mijn grenzen / de grenzen van mijn wereld openbreken en verruimen.

Intuïtie en expressie

 

Een intuïtie is het vermoeden dat ergens - op het kruispunt van twee denkwegen die we nog niet uitgelopen hebben, op nog onbekend terrein - iets is dat de moeite waard is. We voelen aan dat er iets is, maar kunnen het nog niet verwoorden of uitbeelden, want juist in de expressie zal de intuïtie die we hadden een concrete vorm krijgen. Pas als we er zijn weten we wat we vermoedden - en dan kan het weleens heel anders zijn dan we vermoedden. Er is niets bovennatuurlijks aan: er zijn signalen die het vermoeden triggeren - sommige onbewust, andere nemen we bewust waar, sommige komen uit onze herinnering en verlangens voort, andere komen uit de waarneming.

Misschien is het te vergelijken met hoe onze voorouders nieuw land ontdekten: aan de einder zagen ze vogels vliegen en ze zagen wolken in bijzondere vormen, soms kwam er een tak aandrijven van over zee, of de geur van onbekende wouden kwam aanwaaien… Al die tekens voedden het vermoeden dat er iets was, daar voorbij de horizon. Nieuw land, terra incognita.

In dit blog wil ik vermoedens, intuïties verkennen omtrent creativiteit, kunst en betekenisgeving. Soms door associaties en gedachten te noteren, soms door de expressie (gedicht, beeld, verhaaltje) zelf te tonen.

Post Navigation

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 230 other followers