Het onbewuste
Jarenlang heb ik me verwonderd over het schetsje van Freud in Die neue Folge der Vorlesungen, hfd. 31:
Ik heb het zelfs als uitgangspunt genomen voor het ‘Binnenland’ in mijn boek Isa’s droom: het ei van Freud als eiland in de zee van tijd. Een eiland waarop Isa avonturen beleeft die metaforisch zijn voor de staat van haar innerlijke wereld.
Het raadselachtige ligt voor mij daarin, dat ik me afvraag wat zo’n kaartje nu eigenlijk is (echte filosofenvraag om je daar druk over te maken). Het kaartje, de topografie, maakt ons iets duidelijk over de aard en structuur van onze geest, denken we, maar tegelijk is het op geen enkele manier een kaart van een echt bestaand gebied. Ik verbaas me over de ‘Verdinglichung’, ‘verdinglijking’, die bijna als vanzelf plaatsvindt: we zijn zo snel en zo sterk geneigd om ‘het onbewuste’ te zien als ‘iets’ dat werkelijk bestaat… als ding, of plek. Maar we kunnen het nergens als zodanig aanwijzen.
Ik meen me te herinneren dat het ‘Es’ volgens Freud uiteindelijk ‘open is naar het somatische’, het lichamelijke… Daarom is het ei vanonder open. Tada: de oplossing van het lichaam-geestprobleem (een raadsel dat hij aan het einde van Die Traumdeutung afschuift op de filosofen).
Het is te gek voor woorden, de vraag naar wat het ‘is’ moeilijk te beantwoorden, maar tegelijk vind ik het concept van het onbewuste te mooi en te krachtig om het op grond daarvan te verwerpen (wat overigens vrijwel niemand doet, ondanks de mode om ‘Freud’ integraal te verwerpen).
Vaak hanteer ik voor mezelf het beeld dat ons onbewuste ons lichaam is, opgevat als potentieel van betekenissen: alle structuren en patronen in ons lichaam, inclusief hersenen, die op zeker moment tot het bewustzijn kunnen doordringen of daar invloed op hebben, of invloed hebben op ons handelen: het lichaam als boek. Of nog mooier: het lichaam als bron van oneindig veel verhalen, die zich wel allemaal in een bepaald landschap afspelen – al is dat landschap (ons lichaam) veranderlijk.
